De Bhagavad Gita - Het Lied van God - gebeden

Commentaar op de Bhagavad Gita door Swami Venkatesananda - gebeden bij het begin en aan het einde.

Inleiding

De Bhagavad Gita heeft de verbeelding van vele nadenkende mensen over de hele wereld geboeid. Het werd naar vele talen vertaald en telt tussen zijn aanhangers mensen van verscheidene godsdiensten en nationaliteiten. Het unieke van het Evangelie van de Bhagavad Gita ligt in het feit dat de volgeling niet aan een bijzondere formele religie dient toe te behoren.

'Elk mens die toegewijd is aan zijn eigen plicht bereikt volmaaktheid', verklaart Krishna in de Bhagavad Gita, om dan uiteen te zetten hoe dit kan bereikt worden. 'Hij, uit wie alle wezens ontstaan, en die alles doordringt - Hem vereren met de vervulling van de plicht, zo bereikt de mens volmaaktheid.'

De Bhagavad Gita is dan een uniek Evangelie dat zich niet bemoeid met uw leven, u van uw plichten afwendt, uw geloof verstoort, u afleid van het pad dat u gekozen hebt, maar het verlicht uw pad en versterkt uw geloof. Zijn verkondigd doel is u bevrijden van zorgen en angst, u beschermen voor uzelf - uw eigen lager zelf, vol van ongeregelde verlangens en ongerechtvaardigde vooroordelen, en dus begoocheld door tijdloze onwetendheid en hierdoor bezeten door zinloze angsten voor ingebeelde ellende. Is het mogelijk in deze moderne wereld om een vredig en vreugdevol leven te leven, vrij van spanning en frustratie? Ja! De Bhagavad Gita maakt dit mogelijk!

Hier is het verhaal van de Mahabharata in het kort. Twee broers, Dhritarasthra die blind geboren was, en Pandu die anaemisch geboren was, hadden respektievelijk honderd en vijf zonen. De zondige zonen van de eerste waren erop gebrand om het deel van het koninkrijk van hun neven 'over te nemen', en probeerden alle middelen, eerlijk en gemeen, om hun ambitie te volbrengen. De Genade van God echter redde de zonen van Pandu van gevaar tot gevaar.

De zondige honderd beraamden om de vrome vijf te verbannen uit het koninkrijk voor een periode van dertien jaar, en als ze terugkeerden, nadat ze met succes de periode hadden doorgebracht, weigerden de zondigen hen botweg hun rechtmatig deel van het koninkrijk te geven.

Sri Krishna, die een vriend was van de vrome vijf, deed een ultieme poging om het gewapend conflict af te wenden, hetgeen toch onvermijdelijk werd.

De onpartijdige Heer Krishna bood aan om beide partijen te helpen. Zij konden kiezen tussen Hemzelf en Zijn groot leger. De zondige honderd kozen Zijn leger, en de vrome vijf waren blij dat ze Hem aan hun zijde konden hebben. Sri Krishna diende als wagenmenner voor een van de vrome vijf, Arjuna.

Dhritarasthra, de blinde koning, glunderde bij de macht van de opperste van zijn zonen, de numerieke meerderheid van hun leger, en de aanwezigheid aan hun zijde van Bhishma met zijn ongeevenaarde dapperheid - die niet kon sneuvelen tegen zijn eigen wil - hun de overwinning zou verzekeren. En toch viel Bhishma op de tiende dag van de veldslag. Het geloof van de blinde koning was geschokt, en hij riep zijn intuitief ziende minister, Sanjaya, om hem de gebeurtenissen te vertellen.

 

Lees nu verder ...

© 2017 - responsive design by venkatesa