De Bhagavad Gita - Het Lied van God - gebeden

Commentaar op de Bhagavad Gita door Swami Venkatesananda - gebeden bij het begin en aan het einde.

Gebed begin

GITA DHYANAM

Om parthaya pratibodhitam bhagavata narayanena svayam vyasena grathitam purana munina madhye mahabharatam advaita 'mrta varsinim bhagavatim astadasa 'dhyayinim amba tvam anusamdadhami bhagavad gite bhava dvesinim

1. Om. O Gita, waarmee Partha (Arjuna) verlicht werd door de Heer Narayana zelf, en die gecomponeerd werd in de Mahabharata door de wijze Vyasa, O goddelijke Moeder, de vernietiger van wedergeboorte, de schenker van de nectar van Advaita (éénheid), en bestaande uit de achttien hoofdstukken, op u, O Bhagavad Gita, O Hartelijke Moeder, mediteer ik.

namo 'stu to vyasa visala buddhe phulla 'ravinda 'yata patra netra yena tvaya bharata taila purnah prajvalito jnanamayah pradipah

2. Gegroet zij U, O Vyasa met het brede intellect, en met ogen zoals de bladen van open lotussen, door wie de lamp van kennis, gevuld met de olie van de Mahabharata, ontstoken is.

prapanna parijataya totravetrai 'ka panaye jnana mudraya krsnaya gita 'mrta duhe namah

3. Gegroet zij Krishna, de Parijata of de schenker van alle verlangens aan hen die hun toevlucht in Hem nemen, de houder van de menner in een hand, de houder van het symbool van wijsheid, en de melker van de nectar van de Bhagavad Gita.

sarvo 'panisado gavo dogdha gopala nandanah partho vatsah sudhir bhokta dugdham gita 'mrtam mahat

4. Alle Upanishads zijn de koeien, de melker is Krishna, de koeherder, Arjuna is het kalf, mensen met gezuiverd intellect zijn de drinkers, de melk is de grootse wijsheid van de Gita.

vasudeva sutam devam kamsa canura mardanam devaki parama 'nandam krsnam vande jagad gurum

5. Ik groet De Heer Krishna, de wereld leraar, de zoon van Vasudeva, de vernietiger van Kamsa en Chanura, de opperste gelukzaligheid van Devaki.

bhisma drona tata jayadratha jala gandhara nilotpala salya grahavati krpena vahani karnena velakula asvatthama vikarna ghora makara duryodhana 'vartini so 'ttirna khalu pandavai rana nadi kaivartakah kesavah

6. Met Krishna als de stuurman, voorwaar, werd overgestoken door de Pandavas de slagveld-rivier met Bhishma en Drona als oevers, met Jayadratha als water, waar de blauwe lotus de Koning van Gandhara was, waar de krokodiel Salya was, waar de stroom Kripa was, waar de deining Karna was, waar de verschrikkelijke reptielen Asvatthama en Vikarma waren, waar de draaikolk Duryodhana was.

parasarya vacah sarojam amalam gitartha gandhotkatam nanakhya 'nakakesaram hari katha sambodhana 'bodhitam loke sajjana satpadair ahar ahah pepiyamanam muda bhuyad bharata pankajam kali mala pradhvamsi nah sreyase

7. Moge deze Lotus van de Mahabharata, geboren in het meer van de woorden van Vyasa, gezoet met de geur van de betekenis van de Gita, met de vele verhalen als zijn draad, tenvolle geopend door de redevoeringen over Hari, de vernietiger van alle zonden van Kali, en vreugdevol gedronken door de de bijen van de goede mensen van deze wereld, dag na dag, de schenker van het goede voor ons worden.

mukam karoti vacalam pangum langhayate girim yat krpa tam aham vande parama 'nanda madhavam

8. Ik groet de Krishna, de bron van opperste gelukzaligheid, wiens genade de stommen welbespraakt maakt, en de kreupelen bergen doet beklimmen.

yam brahma varune 'ndra rudra marutah stunvanti divyaih stavair vedaih sanga pada kramo 'panisadair gayanti yam samagah dhyana 'vasthita tad gatena manasa pasyanti yam yogino yasya 'ntam na viduh sura 'sura gana devaya tasmai namah

9. Gegroet deze God die door Brahma, Varuna, Indra, Rudra en de Marut geprezen wordt met goddelijke hymnen, waar de Sama zangers over zingen in de veda en hun anga, met de pada en krama methodes, en in de upanishad, die de yogis aanschouwen met hun verstand in hem opgenomen in meditatie, en wiens einde voor de deva en asura niet gekend is.

OM
OM NAMO BHAGAVATE VASUDEVAYA
OM NAMAH SIVANANDAYA
OM NAMO VENKATESAYA
OM TAT SAT

© 2017 - responsive design by venkatesa